Tekstversie
Inhoud tonen

 

Venen en vochtige heide - Een voorbode van het Hoge Ven

Hoogveen en moerasveen komen alleen daar voor, waar voedselarme bodems zijn en ontzettend veel neerslag valt (meer dan 1.000 mm / jaar). Hier groeien alleen speciale mossen (veenmos) die nagenoeg alle andere soorten verdringen. Ze nemen in hoogte toe en bouwen zo een pakket van langzaam afstervende en tot veen rakende planten-substantie. Op deze manier verwijdert het vegetatiedek zich steeds meer van de minerale ondergrond en zodoende ook van het grondwater. Uiteindelijk zijn de planten voor hun water- en voedselvoorziening volledig afhankelijk van het voedselarme regenwater. Ook verzuren veenmossen het omliggende milieu door de afgifte van zuur.

Moerasveen is veen dat zich nog tussen het zeer voedselarme zure hoogveen en het voedselrijke laagveen bevindt. Naast de veenmospakketten vindt men hier ook vochtige heide met Erica (dopheide), zegge groepen en zachte berkbossen.

Hoogveen en moerasveen worden net als alle andere extreme standplaatsen door een bijzondere dier- en plantenwereld gekenmerkt. Ook voor deze venen geldt dat een groot deel van de zeldzame dier- en plantensoorten die hier voorkomen door speciale maatregelen beschermd dient te worden. Hierdoor én omdat in de omgeving ook waardevolle graslandbiotopen liggen, zijn ze een onderdeel van de Managementzone van het Nationaal Park de Eifel.

 
 

De planten van hoog- en moerasveen

De vegetatie van de hoog- en moerasvenen wordt door veenmossen bepaald. Soorten zoals (Sphagnum fallax), (Sphagnum fimbriatum) en (Sphagnum flexuosum) kunnen een veelvoud van hun eigen gewicht aan water opslaan en creëren zo dikke kussens; het ‘veenpakket’.
 

Dieren van heiden en venen

Hoewel het veen en de vochtige heide met dopheide (Erica tetralix) in het Nationaal Park geen groot areaal bedekt, kan je hier toch enkele typische diersoorten aan treffen die in dit biotoop voorkomt.
 
 



Naar boven