Tekstversie
Inhoud tonen

Gebärdensprache Deutsch English Nederland Francais
 
 

Bremstruwelen en andere gebieden met successie

Brem en andere gebieden waar de vegetatie zich vrij kan ontwikkelen die tot nu toe slechts met houtachtige gewassen begroeit zijn, veranderen zich continue. Kenmerkend voor de vegetatie zijn, al naar gelang de verstreken ontwikkelingstijd, de aanwezige plantengemeenschappen van de oorspronkelijke vegetatie van de inmiddels niet meer gebruikte graslandbiotopen of de pionier boomsoorten die de weg voor het bos vrijmaken.

In een open struweel die hoofdzakelijk uit brem (Cytisus scoparius) bestaat groeien vaak bramen (Rubus) en grassen zoals glanshaver (Arrhenatherum elatius) en kropaar (Dactylis glomerata). Typische bloeiende planten zijn valse salie (Teucrium scorodonia) en als bijzonderheid de grote bremraap (Orobanche rapum-genistae). De grote bremraap is een parasiet die haar voedingsstoffen uit de wortels van brem haalt. Omdat deze plant niet net als andere planten door middel van fotosynthese haar voedingsstoffen zelf aanmaakt heeft ze ook geen chlorofyl nodig en dit is de reden waarom ze ook niet groen is. De soort wordt in vele landschappen van Nordrhein – Westfalen in haar voorkomen bedreigd. Gelukkig komt de soort in de Eifel nog relatief veel voor.

Naast braam en brem vinden we hier ook kleine groepjes met soorten zoals sleedoorn (Prunus spinosa), meidoorn (Crataegus) en rozen (Rosa). Vanwege de doornen worden ze door schapen en wilde dieren niet gegeten. In de bescherming hiervan is niet zelden een verder gevorderd successiestadium te vinden met de eerste boomsoorten die als voorbode van het bos dienen, dat zich hier zal kunnen ontwikkelen zoals de ruwe berk (Betula pendula) of de wintereik (Quercus petraea).
 
 



Naar boven