Tekstversie
Inhoud tonen

Gebärdensprache Deutsch English Nederland Francais
 
 

Dieren van het bremstruweel

De grauwe klauwier (Lanius collurio) is van mei tot november in het Nationaal Park te vinden, deze vogel met zijn markante zwarte oogmaskertje geldt in Nordrhein - Westfalen en vooral in de Eifel als sterk bedreigt. Deze soort is karakteristiek voor de landschappen die bestaat uit een biotopencomplex van graslanden met hekken en met een goed ontwikkelde boszoom, en dit specifieke landschap is op grote schaal op de hoogvlakte van Dreiborn bij het voormalige militair oefenterrein te vinden. Zijn Duits naam Neuntöter (negendoder) heeft hij te danken aan het feit dat hij grotere prooien zoals springkranen en kleine zoogdieren als voedselreserve op de doorns van struiken zoals de sleedoorn (Prunus spinosa) en de meidoorn (Crateagus) prikt. De bremstruwelen op de hoogvlakte van Dreiborn worden bewoond door onder meer de grasmus (Sylvia communis), de tuinfluiter (Sylvia borin), de geelgors (Emberiza citrinella), en de kneu (Acanthis cannabina, Carduelis cannabina). Ze voeden zich hoofdzakelijk met insecten, spinnen, weekdieren en bessen en zaden. Wezenlijk zeldzamer zijn de sprinkhaanrietzanger (Locustella naevia) en bedreigde roodborsttapuit (Saxicola torquata).

In de dicht op elkaar staande struwelen waarin geen groter wordende bomen voorkomen komt het groentje (Callophrys rubi) voor die kenmerkend is voor dit soort enge ruimtes. Als enige inheemse vlinder met zijn groene vleugels onderzijde is hij gemakkelijk van andere soorten te herkennen. Zoals te verwachten voedt deze dagvlinder zich met de bloemen van de brem, bramen en frambozen en tevens legt ze hier haar eieren neer. Nog een paar karakteristieke vlinders die voorkomen in deze bremstruwelen is de bedreigde groot geaderd witje (Aporia crataegi), die meidoorn nodig heeft om haar eieren te leggen, of het oranje bremspanner (Isturgia limbaria) deze vlinder is in haar voortbestaan afhankelijk van brem als voedselbron voor haar larven.

Voor de grotere zoogdieren bieden deze struwelen een afscherming op het overigs vrije hoogvlakte van Dreiborn. Enkele bezoekers van het Nationaal Park zullen heel dicht aan een ree, vos, of een wilde kat voorbij lopen zonder van deze dieren iets te bemerken.
 
 



Naar boven